Klik hier voor pagina 14
NEXT

naar de homepagina
HOME

Als ik ouder word

  Ik ben nog maar een blaag.
Toch welt bij mij een vraag,
terwijl ik voor de spiegel sta
en mij zelve gadesla.
 
Geen vraag over het heden
noch over het verleden,
maar heel onverkort.
"Hoe ga ik verder als ik ouder word?"
 
Een heel leven staat mij voor de geest.
Elke nieuwe dag is nog een feest,
want nu ben ik nog Oh zo klein;
maar als ik ouder word hoe zal `t leven dan toch zijn?
 
Zullen mijn ogen het dan langzaam begeven
en zal ik met een bril op verder moeten leven?
En wanneer het gaan, niet meer gemakkelijk gaat,
moet ik dan met een rollator over straat?
 
Wordt dan mijn gehoor zo slecht,
dat ik niet meer hoor wat de ander zegt?
Dit alles lijkt mij niet zo fijn;
slijt ik dan mijn dagen in chagerijn?
 
Of word ik een vitale charmante oude man
die met veel jongeren nog wedijveren kan?
Een gesnorde oude charmeur,
met een vriendelijk humeur.
 
Die  de schoonheid van de vrouwen
appetijtelijk weet te onderbouwen
die nog in is voor een grap
en zijn mannetje staat aan de tap.
 
Maar de spiegel aan de wand
beantwoordt niet de vraag die brandt
en zelf heb ik als kleine knul
van deze materie geen benul.
 
Ook zal een antwoord mijn fantasie niet strelen
dus ga ik maar gauw buiten spelen
de jaren zullen mij het antwoord geven
wanneer ik het ooit zal beleven .
Dd J.

 

 

Mijn eerste gedicht

                                                                                                                                               
Zeg oma en opa hier ben ik dan
mijn ouders noemden mij Dylan
in een zieken huis ben ik geboren
compleet met neus en oren.
 
Ik heb wel een beetje grote mond
maar de dokter zei dat is gezond
zo`n goed gevormde snater
is altijd goed voor later.
 
Mijn beentjes zijn nog erg klein
en mijn handjes Oh zo fijn
ik kreeg een pleister op mijn buik
en nam gelijk een frisse duik.
 
Nu lig ik in mijn moeders armen
en probeer ik haar wat te verwarmen
en terwijl pappie naar mij staart
zijn zij het gelukkigste stel op deze aard.
 
De Paashaas heeft mij persoonlijk gebracht
zo`n cadeau hadden zij niet verwacht
en m`n pappie is nu dubbel blij
want nu is hij ook morgen vrij.
 
De dokter zegt dat ik nu slapen moet
want slapen doet mij en mijn mammie goed
daarom lieve mensen
ga ik jullie nu welterusten wensen.
Dd J.

 

Mijn suikeroom

  

Mijn suikeroom was econoom
en bestudeerde alzo de geldstroom.
Zijn leven lang heeft hij de economie bespiedt.
Hiervoor bewoog ie zich steeds op wall street

Ja heus het is ongelogen
hij liep daar steeds rond,
met dollartekens in zijn ogen.
In de hoop dat hij nog betere obligaties vond.

Zijn inzicht in het beursgebeuren
en om met effecten en obligaties te leuren
in New-york - Parijs en londen;
daar had hij zijn passie in gevonden.

Een ieder herkende hem van vert,
men noemde hem dan ook Oom Dagobert.
In de Dow-Jonesindex was hij geïnteresseerd
en in de stand van de index was hij breed georiënteerd.

Het was zijn levenswerk om zijn vermogen
naar ongekende hoogte te verhogen.
Hiervoor was hem nooit iets te veel
maar van mijn suikeroom erfde ik nooit een deel.

  Hij was zo aan zijn aandelen en effecten  verslaafd
dat hij te lang is door gedraafd.
Zijn laatste transactie werd hem fataal;
de beurs die plukte hem weer helemaal kaal.

Toen hij inzette tot op zijn laatste cent
Toen.........  Toen was hij reeds een jaar dement.
Uiteindelijk hebben wij hem ter aarde besteld
van ons eigen zuur verdiende geld.

DdJ.

 

 

 

 

Een dagje naar de stad

Op naar de srad

Goeien `s-morgens Sjaon
hoest mee joe en hoest met Daon
ja ik doch `k za je eers us effe belle
want `k het je zo vee te vertelle.
 
`K ben gister naor de stad oweest
mins wa was me da een feest
me gongen mit zo`ne dubbeldekkersbus
dien bus die wa zo vol da`k mos hangen aan de lus.
 

Ja m`n beste Sjaon
`k mos 't ele end stees staon
da zeit er zone blaog
ie was misschien tien jaor va onder zunne moeders maog
 

Terwijl ie een poosje naar me ha gekeke
"die~en lus is nie voor oewe hande, daor mo joe oewen kop door steke."
Zelf zat ie pontivikaol
ja da`s tegenswoordig wel banaol.
 
Opstaon veur ien ouwere mins
da blijf tegenswoordig bie iene wins
en die~en schaufeur
kiekt nergens naor ie rijd maor deur.
 
En aszeme õver zo iene bult heen gongen
da zong die kwajongen
"O omaatje da gaon we weer
die~en bus die gaot stees oppe neer."

 

 

Ja en da m`n lieve zus
ur zaot ur ien te roken in de bus
hie blies alle rook naor mien
 ik docht, ut zal wel een verslaofde zien.
 
Maar zo iets mos toch nie magge gebeure
die~en schauffeur mos em de bus uut pleuren
Jie ge het gelieke Sjaon, zowat magge me nie zegge
`k zou `t kwaode bie mie zelve legge.

 

`K ha ook nog oogkontakt mee iene ouwe heer
zijne linker ooglid gong stees hien en weer
et was er zo ene met een haarstukkie
net van veure had ie nog een eigens plukkie.
 
En as die~en bus erg hard mos remmen
verloor ie zien evewich en viel pardoes tege miene memme
ja Sjaon da dee dan wel erg zeer
want die~en dinge worre toch zo teer.
 
Of da ie da nou espres hij je daon
of dat um nou zo moeilijk kon blieve staon
hie veronschuldigde zich da met een boog
maar knipperde da geliek weer met da iene oog.
 
`K hij um maor nie er op geattendeerd
de man ha zich misschien we gegenerd
`k he ut maor zo gelaote
maor eel de bus, die had ut in de gaote.
 
Noe eindelijk waore me in de stad
`k het daor eers een bakske koffie gevat
maor toen ik mos betaolen
noe toen zat ik wel te baolen.
 
Ja `k denk da die~en ouwe knipperbol
miene beurske he gejat heel liefdevol
`k kon we janke in da cafe
maor `k hoeve nie te betaole da viel mee.

 

Mien retourtje ha ik in de arre zak
`k hij toe maor de bus terug genome op mien gemak
ja zus `k hij ur wel mee geleerd
een romance op mien leeftij, das glad verkeerd.
Dd J.

 

 

De kruidenvergadering

                                                                                               
 De  Knolkervel, Paprika, Kervel, Bieslook, Knoflook en Karwij. 
De Dille Sint-janskruid, Paardebloem de Tijm de Brandnetel en de Selderij
De Peterselie, Venkel, Zonnebloem Marjolein maniok en de pepermunt kattekruid
De Radijs, Kousenband, Maniok de Pepermunt en het Bonenkruid.
 
In vergadering bijéén
een ieder vroeg zich af waar moet dat heen
als de mensen niets meer om ons geven
gaan wij verder als onkruid door `t leven.



 
De brandnetel als grootste kruid
schreef dus een kruidenvergadering uit
en daar hij werd gezien als de beramer
gaf men hem de voorzittershamer.
 
"Als voorzitter van het kruidenlegioen
 wil ik nu eens mijn zegje doen
wij vermenigvuldigen ons in grote getale
zodat de mens er zijn voordeel uit kan halen.

 

Doch hun kennis van kruiden is zeer gering
daarom is het mijn doelstelling.
Laten wij ons duidelijker profileren
opdat de mens ons weer gaat begeren.
 
In vroeger jaren waren wij een must
en vond men ons in elk fust,
maar nu ten tijden van de patat
heeft de mens het met ons kruiden wel gehad.

 

Daarom kruidenvrienden wees op uw hoede
overtuig hen dat wij er zijn om hen te voede (n)
en voor hun wel en wee
zijn wij gelijk een toverfee.
 
Wie gooit een nuttig voorstel in de groep?
Wij bezien die met een grote loep.
Dus kruidenzusters en broeders
werp u op als mensenhoeders!

Het is mij als voorzitter om `t even  
wie ik nu het woord mag geven."
"Ò voorzitter mijn naam die is Radijs
in schijfjes op `t beleg ben ik een heerlijke spijs.
 
Tevens neutraliseer ik de zwarte gal
waar door elke boosheid verdwijnen zal."
"Ja en mijn naam is Paprika
ik ben de juiste toevoeging aan de sla."

 

Wij zijn Peterselie en Selderij
wij zijn er voor de soep te samen met de prei."
"Ho ho dat weet ik allemaal wel
maar wie heeft het juiste plan dan wel?"
 
"Voorzitter ik ben Tijm
wat dacht u van een receptenboek op rijm?
Ik zal mij in elk recept profileren
daar men mijn aroma zal begeren."

 
"Aanwezigen kruiden het voorstel dat Tijm bedacht
wordt nu onder jullie in stemming gebracht
en als de stemmen niet staken,
danzullen we een kruidenreceptenboek op rijm gaan maken.
 
Zo laten we de mensen weten
hoe en waarin wij worden gegeten.
Want om verder te leven als onkruid
dat hangt ons al lang de stelen uit.

      Het kruidenreceptenboek

DdJ.

 

 

Het Oranje gevoel

 

Oranje is een speciale kleur,
en bij die kleur hoort geen mineur
Is men ergens van ondersteboven,
dan zingt men met luide keel Oranje boven.
 
Zelf heb ik een fel oranje pak,
alleen hier in voel ik mij, op mijn gemak
en alsof dit nog niet Oranje genoeg was,
kocht ik daarbij een oranje stropdas.
 
Wanneer ik zwemmen ga
kijkt een ieder me in m`n oranje zwembroek na.
Daarna breng ik mijn tijd dan zoek
al zonnend op mijn oranje badhanddoek.
 
Mijn auto is oude kar, zonder veel franje,
maar hij is gespoten in fel oranje.
Ja het oranjegevoel
overheerst bij mij de hele boel.
 
Ja heel mijn leven is èèn oranjefeest.
In `t oranje ben ik onbevreesd,
daar al de mensen om mij heen
beginnenl te lachen; ja iedereen.
 
Dus ben ik altijd onder lachende mensen.
Nu wat zou ik mij nog liever wensen;
dus loop ik in `t oranje rond.
Want lachen is gezond.
Dd J.

 

 

 

 Piep zij de muis

Rits...rits....rits.....rits.rits.rits
"He wordt eens wakker frits."
"Hu.. he'...wat.. wat is er nu toch weer 
  Chantal waarom ga je zo te keer?
 
  Wat is er nu toch aan de hand
 is er soms brand?"
    " Nee ik hoor zo`n raar geluid
       ik krijg de rillingen door m`n huid."
 
Rits...rits....rits.....rits.rits.rits.
 "Hoor je het nu frits?
 " O dat zijn de mussen 
die kruipen op het dak over al tussen."
 
Rits...rits....rits.....rits.rits.rits.
" Nu hoor ik het toch weer hoor Frits. 
 Het is geen mus `t is een muis.
O d`r zitten muizen in mijn huis.
 
Ik durf de slaap niet meer te vatten
 Ò hadden wij toch maar een paar katten."
 " Och Chantal doe niet zo mal
 ik zet wel eventjes een val."
 
 De val wordt naast het bed gezet
  en frits die gaat weer meuren.
 Maar als je dan niet goed op let
kan er van alles mee gebeuren.
 
Ring ring... `t is de wekker die af gaat
Frits schiet eens op `t is al laat. 
Frits springt uit bed
maar heeft niet op de val gelet.
 
Met een luide knal
slaat ie dicht de muizenval.
Frits krijst van pijn; aan z`n  linker been
hangt de muizenval aan z`n grote teen.
 
Frits z`n teen is blauw geslagen
Chantal verbind de teen met vele lagen.
Frits kan zo niet naar z`n werk
daar voor is de zwelling veel te sterk.
 
Hij gaat z`n baas maar bellen
dat hij niet lopen kan.
Zonder de oorzaak te vertellen
want dat gaat van man tot man.
 
Ga maar in de kamer zitten Frits
met je been om hoog,
maar als hij plaats neemt op de drie zits
ziet hij de muis onder de toog.
 
Frits ziet hoe zijn Chantal verstijft blijft staan;
zij roept "O Frits doe hier wat aan
ik voel mij hier niet langer thuis."
En " piep"  zei de muis in `t voorhuis.
 
De muis bekeek de situatie van zijn kant.
"Wat loopt dat mens nu steeds te blèren
ik heb haar toch niet aangerand
zij zit achter en ik hier in de serre.
 
Maar m`n maag begint toch wel te jeuken
weet je wat ik verstop mij in de keuken
want in haar domein
daar zal toch wel iets te eten zijn."
 
Dan hoort hij een buurman tegen frits zeggen.
"Welnee Frits je hoeft mij niets meer uit te leggen
ik heb het reeds besproken met Loes
jullie krijgen voor een paar dagen Mimi onze poes."
 
De muis die kon zijn oren niet geloven
en vluchtte van schrik in de opstaande oven
daar stond in een vorm een  cake in wording
daar kroop de muis toen heerlijk in.
 
Chantal gerust gesteld nu Mimi haar zal bewaken
gaat met een gerust gevoel de cake af maken
en met een blij gezicht
klapt zij de oven dicht.
 
Om zich daarna te beraden
over het instellen van de oven
op het juiste aantal graden,
om hem lekker gaar te stoven.
 
Dan schrikt de muis; het wordt zo heet,
hij zit daar in een lekker broodje
maar bij die hitte legt hij wel het loodje
voor dat hij het weet.
 
Als Chantal na verloop van tijd
met Mimi naar de keuken schrijd
wordt zij overmand door vrees
         er hangt niet de lucht van cake maar van gebraden vlees.
 
Zij deed toch alles volgens `t recept
waar is die cake nu mee behept,
snel haalt zij hem uit de oven
maar wat zij ruikt gaat haar verstand te boven.
 
zij roept Frits heel onvervaard
want uit de cake daar steekt een staart.
De staart is bruin gebakken,
maar zij durft hem niet te pakken
 
Frits slaat de cake van verre gade
en beaamt : "Dit is geen cake maar een rollade;
voer hem maar aan Mimi de poes
daarna kan zij weer terug naar Loes.
 
Want de strijd is hier gestreden
de muis die is niet meer,
want hij is overleden;
maar m`n teen doet nog wel zeer."
                                 

Dd J.

 

 

Echte vrede

Val elkaar niet steeds aan
maar val elkaar bij
en vul elkaar aan
en wees ook met minder blij.

Val elkaar ook eens in de armen
niet alleen wanneer men scoort
maar om elkaar te verwarmen
zoals het onder mensen hoort.

Tussen in elkaars armen vallen
en naar elkaar de vuisten ballen
zit een wereld van verschil
voor hem of haar die het beamen wil.

Zo ook tussen houden van
en elkander haten
al doet men oorlog in de ban
het mag allemaal niet baten.

Iets bedoeld als een grap
voelt de ander als een trap
al is er vaak niets aan de hand
terwijl dan toch de strijd ontbrand.

Om dan wanneer het gaat dagen
men zich vertwijfeld af gaat vragen
was de sop de kool wel waard
is dit nu werkelijk onze aard.

Ligt dit in onze natuur gebakken
dat wij zo snel de strijdbijl pakken
wel bezingt men de vrede in gezang
maar echte vrede duurt nooit lang.

wanneer gaat `t bij de mens eens dagen
en zal men elkander beter gaan verdragen.
zelfs leeuwen zijn te temmen
maar haat en nijd zijn niet af te remmen.

Wie het weet die mag het zeggen
opdat de mens de strijdbijl neer zal leggen
zodat elke opwelling wordt gemeden (n)
om ooit te komen tot de echte vrede.
Dd J.


terug naar boven

deze pagina is voor het laatst bijgewerkt
Vrijdag 11-nov-11 19:33