Klik hier voor de Homepagina              

                                                                                 Klik hier voor pagina 5-4


      

 

  - Onze bewaking`s Laaf houdt met zijn camera alles in de gaten vanaf het tuinhuisje -              -  Onze opgesierde schutting met zijuitgang -                                                 -  Ook de achterkant van het huisje werd opgefleurd -

 


Een Rotterdammer lucht zijn hart

De wijk waarin ik woon, die is heel gewoon.
Huisje boompje bees'sie.
De bewoners heten er nu Abdula, Gandi, Mohamed, of Fátima
en heel soms nog gewoon Marie en Keessie.

Daarmee is wel onbelet
de toon in onze wijk gezet.
Om mijn benedenbuur te kunnen verstaan,
rade hij mij een cursus Turks aan.

Zodat wij ons gezamenlijk zouden kunnen vertieren
wanneer zij het Suikerfeest vieren.
Maar wat moet ik dan met mijn bovenbuurman aan?
Dat is weer een Marokkaan.

Wanneer ik alleen zou Turks leren,
dan noch kan ik met hem niet communicerend.
Hij zal mij er dan van beschuldigen;
dat ik ga discrimineren.

Onze supermarkt dat is een Chinese toko.
Dat ik daar m`n boodschappen moet doen vind ik maar zo.
Gisteren nog werd ik er over aangesproken
dat mijn buren de lucht van gebakken spek roken.

Ook gedurende de vaste maand,
houdt men mij geregeld staand,
Daar als mijn vrouw `t eten bereid,
de luchtjes vanuit onze keuken.

Hun darmen dan doen kreuken.
Bij onze slager wordt het vlees halal geslacht.
Veel vrouwen lopen hier in een speciale dracht.
Dat is wel even wennen, je kunt ze haast niet herkennen.

Ja leuker is het er niet op geworden,
overal hangen onleesbare reclameborden.
Ook onze gemeenteraad
heeft het met dit alles reeds te kwaad.

Zo sommeren ons deze heren
dat wij beter in de wijk moeten integreren.
Maar wat moeten wij met zo`n meandrisch advies;
ik blijf toch liever mezelf.

Toen ik zeventig jaar geleden geboren werd,
toen hete de bovenbuurman Bert
De beneden buurvrouw heette Sjaan.
Je kon toen veilig op `t Afrikaanderplein markten gaan.

Nu waarschuwen de agenten
je voor zakkenrollers, die uit zijn op je centen.
Nee in de Afrikaanderwijk is men nu zeer beducht,
de Meeste Rotterdammers zijn de wijk ontvlucht.

Maar al te vaak hoor ik mensen zuchten; keer op keer
“leefden we nog maar in de tijden van weleer

Dd J.

 

tussenvoegsel

 


 

De vraag die op mijn lippen brandt

Oh God van een ieder op dees aarde
nederig sla ik mij ogen neer.
Ik weet de weg naar u niet meer
om Uw regels te aanvaarden.
 
Mijn vader stelt
dat U van mij zou vergen
mijn schoonheid te verbergen
hetgeen mij zo bekneld.
 
In het land waar ik geboren ben
kon ik daar mee leven.
Wijl ik de vrouwen er niet anders ken.
Maar waarom is ons die schoonheid dan gegeven.
 
Hier in het Westen,
is het bij mij gaan dagen.
Toen pas ben ik mij af gaan vragen;
vind U dit voor mij als vrouw nu echt het beste.
 
Ik heb uw boeken
er op na geslagen,
maar regels dat ik een hoofddoek moet dragen,
vond ik niet na grondig zoeken.
 
Dus vraag ik U o Heer
hoe sta ik als vrouw in `t leven,
als ik mijn schoonheid etaleer
die u mij heeft gegeven?
Dd J.


tussenvoegsel

De enge boze wereld. 

Behoedzaam kom ik uit mijn schulp gekropen,
de enge boze wereld in.
Ik was er een wijle in afgedropen,

te blijven had voor mij geen zin.

Angstig en schuchter kijk ik om mij heen,
in deze boze wereld is men zo alleen.
Want het gevaar, dat komt van daar,
waar je het juist niet zou verwachten.
Daar moet men steeds op achten.
Spreken is zilver maar zwijgen is goud.
Bezie toch de dieren in het woud,
zij spreken slechts in gedachten.
Dat Hij de mens heeft leren spreken,
heeft Hij zich daar soms op verkeken?
Is hierdoor de wereld vervult van jaloezie en haat
en maakt daardoor de één de ander kwaad?
En als je dan niet kunt zwijgen
en je laat meesleuren in dat woordenspel
dan is de ander niet meer stil te krijgen,
hij springt dan uit zijn vel.
Ik ben hier niet tegen opgewassen.
Tegen zoveel hoge tonen en zware bassen
en ik zag ook nergens hulp.
Toen kroop ik in mijn schulp.
Het spreken heeft Hij ons gegeven,
opdat wij met wederzijds begrip,
naast elkander zouden leven.
Edoch wij falen steeds door onbegrip.
 
Door verkeerd gebruik van deze mogelijkheid
Leven wij in een wereld vol met strijd.
Omdat wij vaak te gauw iets zeggen
en daarbij vaak de klemtoon verkeerd leggen.  
Ook een gedicht dat is pas goed
als de dichter het met weinig woorden voed
en daarmee erg veel zegt
maar de klemtoon op zijn proza legt
De wereld zelf is niet boos,
anders groeit daar toch  geen tulp of roos;
dus kruip ik behoedzaam uit mijn schulp
Ik kan de wereld aan, ook zonder hulp.

    DdJ.

 

 

tussenvoegsel

 

 

 

Toen de wekker ging

Wanneer ik mijn ogen opensla

 Na het openen van mijn ogen
voelde ik mij bedrogen.
Volgens mijn gedachtegang
lag ik toch nog niet zo lang.

Mijn lief ligt nog te slapen,
de wekker staat toch op half acht
En terwijl ik leg te gapen;
Streel ik haar heel zacht

Doch dan kom ik weer bijzinnen,
ik moet er uit ik moet beginnen.
Ik spring uit bed,
de eerste schreden zijn gezet.

M`n computer begint te kreunen
en m`n monitor te steunen,
maar zonder enige schroom
begin ik aan mijn ochtend boom.

Ik zag op`t A.N.P.;
zelfs zeeleeuwen gebruiken we als wapen.
Het wachten is nog op de apen,
maar straks krijgen die ook een wapen mee.

Want oorlog en geweld
is `t enige wat voor de heersers geld.
maar laat ik nu niet weer over die ellende beginnen
en liever iets leukers voor jullie verzinnen.

Maar ja je wordt op elk uur van de dag
er steeds weer mee geconfronteerd.
Op school is `t wat men de kinderen `t eerste leert,
de slag bij Nieuwpoort; begon op welke dag?

En over de tachtigjarige oorlog
leren zij op de scholen nog.
Van de goede dingen die gebeuren;
die datums hoeven zij niet in te kleuren.

En gaat men terug in zijn herinnering,
dan geld voor een ieder maar één ding.
Ò ja dat was nog voor de eerste wereld oorlog.
Zo leven wij in een wereld van gruwel en bedrog.

 Het wordt ons met de paplepel in gegeven,
in wat voor `n wereld wij nu leven.
Leer de kinderen van één en één is twee
en geef ze daarbij iets zinnigs mee.

Dd J.

 

 

tussenvoegsel

 

 

 

Overwinningsstof

 Ik zie de zon in je ogen,
hij schittert in elke traan.
Die moet je dan ook niet drogen,

nee laat ze maar rustig gaan.

Ik zie je lipjes trillen,
zonder dat zij dat zelf willen.

Pers je lippen niet op elkaar,
laat ze begaan ja laat ze maar.

Ik zie jouw handjes beven.
als of zij zich willen overgeven.
Overgeven aan dat verdriet,
waarom jij die tranen vliet

Doch deze kinderlijke trekken
zullen jou heus niet bevlekken,
de zon zal zo lang spelen met je tranen
tot dat je je een prinses zal wanen.

Hij zal je lippen spannen,
zo dat je elk verdriet kunt overmannen.
Om je dan te laten zingen
van alle mooie aardse dingen.

Omvat dan nu met vaste handjes dit gedicht,
bezing dan zo lang met een blij gezicht
tot dat  je heel de stof dan hebt bezongen
En zo je verdriet hebt overwonnen.

Dd J.

 

 

tussenvoegsel

Zie dankbaar terug
 
Bezie toch de dagen waarvan ge hebt genoten,
die dagen welke met zonlicht waren overgoten.
Bezie toch keer op keer,
die dagen van weleer.
 
Zie dan toch in dankbaarheid terug
en ga niet met gebogen rug,
gebukt onder die dingen die nog komen.
Vlij u aan de dagen die u als gelukkig hebt bekomen.
 
Dan is het misschien te accepteren,
dat men nog veel moet incasseren.
Leef bij het geluk van iedere dag,
zolang de zon voor u nog schijnen mag.
 
Ook al gaat niet alles zoals we `t ons hadden voorgesteld
 moeten wij vaak eerst driemaal slikken
en een afkeer van Hem bij ons welt;
daar wij het niet meer willen pikken.
 
Bezie dan de dingen om u heen,
heus u staat in deze niet alleen.
De schepping der natuur is zeer omwonden;
door ons moeilijk te doorgronden.
 
Als wij naar de zin van `t leven zoeken,
dan duiken in Zijn boeken.
Dan vinden wij daar heel omstreden
dat naast geluk er ook heel veel wordt geleden
 
Aanvaard de dingen zo als ze zijn,
al is het heel moeilijk bij veel pijn.
Blijf dan toch sterk in uw streven,
naar een gelukkig en heilzaam leven.
 
Om voor hen die allen naast u staan
en met de dingen zijn begaan.
 Geluk te vinden  in dit moeizaam leven,
om dan  toch uw lot in Zijnen hand te geven.
   DdJ.


tussenvoegsel

 

 

Samen en nooit alleen

 Vlij jouw hoofd op mijn schouder,
ook al worden wij nu wat ouder.
Maar wat is oud,
als je van elkander houd.

 Kom gerust maar even op mijn schoot,
houd je nu niet langer groot.
Houd mij maar even vast
jij bent mij nooit tot last. 

Laat ons tot elkander komen,
om samen weg te kunnen dromen.
Ook al zijn dromen dan bedrog,
zij geven `t leven zog.

Geef mij nu maar een hand,
zodat mijn hart dat van  verlangen brand
in jou de liefde vind,
die ons zo aan elkander bind.

Laten wij ons lot verbinden,
om de weg naar de toekomst te kunnen vinden.
Een toekomst die naar ons lacht
en accepteren wat ons is toebedacht.

Kom en laat ons de handen in elkander slaan,
om samen het pad des levens te begaan.
Laten wij rust vinden bij elkaar
en elkander dienen als steunpilaar.

Laat ons hand in hand nu verder gaan,
om elk rampspoed te verslaan.
Opdat wij dan voor heel ons leven,
een cocon om onze liefde weven. 

Ik sluit jou voor altijd in mijn hart
en verwerk elk tegenslag en smart.
De liefde zal ons altijd sterken,
om alle tegenslagen te verwerken.

DdJ.

 

 

tussenvoegsel

 

 

 

Samen
 
 
Vertwijfeld kijk ik om mij heen,
`k zit naast haar, aan haar bed.
Toch voel ik mij alleen,
haar medicijnen heb ik klaar gezet.
 
Wat kan ik nog doen voor haar,
Zij heeft de ogen gesloten
haar adem gaat in stoten;
ik kom er niet mee klaar
 
Met wat kan ik haar nog verblijden,
ter verzachting van haar lijden.
Het liefste zou ik met haar willen ruilen,
ik wil maar ik kan niet huilen.
 
Van alles schiet door mijn gedachten.
Momenten dat wij samen huilden en samen lachten.
Ik kijk haar liefdevol aan,
dankbaar voor alles wat zij voor mij heeft gedaan.
 
Gesterkt door deze gedachten,
welke mijn verdriet verzachten;
neem ik haar handen van het bed
en vouw ze samen voor een gebed.
 
Ik dank Hem voor al die jaren,
die wij samen zo gelukkig waren.
Het zijn dan haar ogen die even open gaan
en mij instemmend gadeslaan.
 
Als of zij mij daar mee wil zeggen;
op dat geluk moet je de nadruk leggen.
Laat onze mooie uren,
in gedachten eeuwig duren.

Dd J.    

 

 

tussenvoegsel

 

 

Van nu tot dan.

Al de aardse dingen
onder en zinderende zon
die mij nog steeds omringen
vanaf dat het begon.

Verbleken bij de gedachten
vanuit mijn vermoeide brein
dat zij straks tevergeefs wachten
op een handreiking van mijn.

De wind zal blijven fluiten
rondom mijn legerstede
slechts zonder mij daar buiten
ik doe dan niet meer mede.

Als achter mijn gesloten ogen
in een fata morgana
alles wordt omlijst
voel ik mij weggezogen.   
   

   DdJ. 

 

tussenvoegsel

 

terug naar boven

Deze pagina is het laatst bijgewerkt op:
dinsdag  02  mei  2017